Onze kleine bouwvakker
Gepubliceerd in Entomologische Berichten, nr. 81 (6), 2021.
Nederland heeft te kampen met woningnood. De verwachting is dat er komende jaren één miljoen huizen gebouwd moeten worden. De grote vraag is hoe en waar. Ongetwijfeld worden de steden een flink aantal appartementencomplexen rijker. Bij een stadje als Wageningen denk je misschien niet direct aan hoogbouw. Maar wie de skyline van Wageningen bekijkt, ziet al gauw zes hoogstandjes uit de architectuur van de jaren 1960 en ‘70: de sterflats. Verspreid over de vrijheidsstad bakenen ze de zuidwest-, noord- en oostkant af.
Zelf woon ik bovenin een van deze flats, op de zestiende verdieping. Een prachtig uitzicht op de Grebbeberg, de Nederrijn en vanuit mijn keuken op de Grote kerk van de Markt. Om mijn hunkering naar een eigen tuin te stillen, heb ik afgelopen jaren een gestaag groeiende verzameling planten op mijn balkon gezet. Ik probeer als insectenliefhebber natuurlijk planten te kiezen die niet alleen ík mooi vind, maar die ook in de smaak vallen bij bijen en hommels: bijvoorbeeld slangenkruid, wilde reseda, kamperfoelie, en knoopkruid.
Foto: Stijn Schreven.
In 2019 hing ik een bijenhotel aan de muur, met enige scepsis of er op deze hoogte überhaupt wat in zou komen. Maar binnen enkele dagen namen de metselbijen er hun intrek in. Zowel de gehoornde als de rosse metselbij kwamen voorbij. De vliegende metselaars speurden niet alleen mijn keurige hotel af. Ik zag ze regelmatig af en aan vliegen bij de kozijnen en vensterbanken. Aan de zijkanten van elke oude vensterbank zitten twee boorgaten in de stenen, die ze gretig dicht stuken met leem. In de kunststof kozijnen zijn het vooral de lekgaten die gewild zijn. Ik vermoed dat daarbinnen een mooie serie broedcellen ligt.
Dat doet me beseffen: hoeveel nesten zitten er in deze flat? Als elk raam vier gaten per vensterbank heeft, en twee lekgaten in elk kozijn. Vermenigvuldig dat met het aantal ramen en kozijnen per etage, en dat maal zestien voor de gehele flat. Dan gaat het om honderden tot enkele duizenden nesten van metselbijen. Zo zouden de sterflats van Wageningen populatiekernen zijn van de rosse en gehoornde metselbij.
“Wat een vrolijk gezoem zou dat worden, een gevel vol bijen.”
Nou is het niet zo dat elke flat zulke kozijnen en vensterbanken heeft, zonde natuurlijk. Bij aanleg van woonwijken en hoogbouw wordt tegenwoordig vaak gelet op een veilig onderkomen voor gierzwaluw, huismus en vleermuis, maar waar is de metselbij in dit plaatje? Een mascotte voor alle bouwvakkers, een kleine collega. Met een beetje creativiteit kunnen er bijvriendelijke bakstenen, vensterbanken, kozijnen en dakpannen gemaakt worden. Een gaatje hier, een holletje daar. Wat een vrolijk gezoem zou dat worden, een gevel vol bijen. De landelijke bouwplannen kunnen een mooie bonus brengen voor onze kleine metselende vrienden. Alles wat de bouw hoeft te doen is een steentje bijdragen. Het metselwerk doet de bij zelf wel.